Misschien wel de eerste Zündapp Special.
Een Zündapp K249 uit 1924 kreeg in plaats van één, 3 cilinders naast elkaar. Vermoedelijk voor race doeleinden op het AVUS (Automobil-Verkehrs- und Übungsstraße) race circuit, het noordelijke gedeelte van de Rijks Autobahn 115 bij Berlijn.
De bekende coureurs Caracciola, von Brauchitsch en Malcolm Campbell reden er ook.
Foto is eigendom van het Archiv Sengfelder.
Dat is een fascinerend stukje vroege Zündapp-geschiedenis! Hoewel de standaard K 249 (geproduceerd rond 1924-1925) een eencilinder tweetaktmotor was, bestaat er een zeer zeldzaam verhaal over een driecilinder-variant.
Hier is wat er bekend is over dit bijzondere prototype en de context rond de AVUS:
Het Driecilinder Prototype.
Er is bewijs dat Zündapp in 1924 experimenteerde met een spectaculair prototype op basis van de K 249.
- De Constructie: Voor dit model werden drie K 249-motoren gecombineerd tot één driecilinderblok. Dit resulteerde in een machine met een opvallend lange motorunit, een drieversnellingsbak en een verzameluitlaat die alle drie de cilinders verbond.
- Het Doel: De machine was overduidelijk gebouwd voor de racerij of als prestigeproject om de technische mogelijkheden van het merk te tonen.
- Zeldzaamheid: Er is voor zover bekend nog maar één foto van dit specifieke prototype bewaard gebleven. Er zijn geen officiële wedstrijdresultaten die bevestigen dat deze specifieke driecilinder ook daadwerkelijk een grote race heeft gewonnen.
De AVUS (Automobil-Verkehrs- und Übungsstraße) in Berlijn was in de jaren ’20 dé plek voor snelheidstests. Hoewel de driecilinder daar mogelijk getest is, was het vooral de standaard K 249 (en zijn voorganger de Z 22) waarmee Zündapp sportief succes boekte.
De K 249 was de opvolger van de Z 22 en was de eerste Zündapp die de mijlpaal van 10.000 geproduceerde exemplaren bereikte.
Zündapp gebruikte dergelijke races en betrouwbaarheidsritten in die tijd intensief voor marketing; de slogan was destijds
“Zündapp: Das Motorrad für Jedermann”.
Waarom de driecilinder nooit in productie ging.
De driecilinder was technisch gezien een “monster” voor die tijd. De K 249 was bedoeld als betaalbaar vervoer. Een complexe driecilinder was:
1. Te duur om te produceren voor de massa.
2. Onbetrouwbaar door de koeling (de achterste cilinders kregen vaak te weinig rijwind).
3. Zwaar, wat het voordeel van het extra vermogen deels tenietdeed.
De letter ‘K’ in K 249 stond voor *Kette (kettingaandrijving), om het model te onderscheiden van de eerdere modellen met riemaandrijving.
Rob




